De eeuwige strijd tussen rente en koersen

De rente is al tijden historisch laag. Daardoor is het lenen van geld relatief goedkoop. Doordat de rente zo laag is zou een eventuele stijging niet onlogisch zijn. Maar waarom zijn veel aandeelhouders zo bang voor een stijging?

De lange en korte rente

Allereerst is het goed om te weten dat er twee verschillende definities voor rente zijn. Te weten de ‘geldmarktrente’ en de ‘kapitaalmarktrente’.

De geldmarktrente staat ook wel bekend als de korte rente en gaat over de rentetarieven tot twee jaar.

Centrale banken (in Europa de ECB) kunnen deze korte rente beïnvloeden. Banken kunnen namelijk geld lenen van de centrale bank. Centrale banken bepalen welk rentetarief hiertegenover staat. Hoe hoger deze zogenaamde voorschotrente, hoe meer rente banken dus moeten betalen aan de centrale bank. Deze voorschotrente verrekenen banken uiteraard aan diens klanten in onder andere de rente van hypotheken.

De kapitaalmarktrente gaat over de rentetarieven met een looptijd die langer is dan twee jaar.

Meestal is tien jaar een belangrijk ijkpunt. Deze rente is moeilijker te beïnvloeden door centrale banken. Ze kunnen hooguit invloed uitoefenen door het kopen van obligaties met een lange looptijd. De koers van een obligatie stijgt in zo’n geval, waarop de rente van de obligatie daalt. De ECB noemt het ‘quantitative easing’ waarbij er grote hoeveelheden geld in de economie gepompt worden om daarmee uit een recessie te komen. Dit beleid werd met name na de kredietcrisis van 2008 wereldwijd door centrale banken omarmd.

De invloed op aandelen

Bij een verhoging van de rente wordt geld lenen duurder voor iedereen. Bedrijven en consumenten besteden daardoor minder geld waardoor ook de winsten zullen dalen. Dalende winsten leiden tot dalende aandelenkoersen. Bovendien zorgt de stijgende rente ervoor dat beleggen in obligaties meer gaat opleveren. Daardoor zullen beleggers met een lage risicotolerantie overstappen op obligaties in plaats van aandelen.

De invloed van een stijging kan overigens per aandeel verschillen. Uiteraard kan een stijgende rente juist positief zijn voor onder andere banken en hypotheekverstrekkers. Immers maken ze meer winst op uitgeleend geld. Bedrijven die het minst gebaat zijn bij een stijging zijn diegenen met relatief veel schulden. Voorbeelden van bedrijven die veel van hun activiteiten moeten financieren met geleend geld zijn onder andere vliegtuigbouwers en vastgoedbedrijven.

De rentecurve

Het verschil tussen de lange en korte rente is ook een belangrijke graadmeter voor de economie. Dit wordt ook wel de rentecurve genoemd. Als de rentecurve positief is, spreken we van een ‘normale rentecurve.’ In principe is dit een logische situatie omdat geldverstrekkers meer risico lopen des te langer de looptijd van de lening is. Daardoor leveren obligaties met een langere looptijd ook vaak een hoger rendement op.

Men spreekt van een ‘inverse rentecurve’ als de korte rente hoger is dan de lange rente. Het verschil is dan dus kleiner dan 0. Een inverse rentecurve is een signaal dat het slechter gaat met de economie. In zo’n geval daalt de vraag naar nieuwe leningen. Aan de afgelopen recessies ging altijd een inverse rentecurve vooraf. Daarmee kan de rentecurve een voorspelling zijn voor een mogelijke economische dip.

Rentecurve van US Treasuries
Bron: GuruFocus.com

Wel of geen recessie?

Gaan we weer een recessie tegemoet? Helaas is dat ondanks de voorspellende eigenschappen van de rentecurve nog moeilijk te bepalen. We hebben er in 2020 tegenaan gezeten met de coronacrisis, zo blijkt ook uit de grafiek. De rentecurve is daarmee overigens niet de enige indicator waarmee een recessie voorspeld kan worden.

Alleen tijd zal het leren wanneer de volgende crisis om de hoek staat. Centrale banken houden de korte rente nog steeds laag, dus veel ruimte voor nog meer quantitative easing zal er dan niet meer zijn…

Geef een reactie