Belastingen om rekening mee te houden [update 2021]

Als je vermogen hebt en rendement maakt met beleggingen profiteert ook de belastingdienst daarvan mee. Belastingen zijn een noodzakelijk kwaad waar beleggers mee te maken hebben. Er zijn twee belastingen waar een belegger rekening mee dient te houden: dividendbelasting en vermogensbelasting.

Dividendbelasting

Heb je aandelen of fondsen die dividend uitkeren? Dan wordt over het uitbetaalde bedrag dividendbelasting ingehouden. Ondernemingen in Nederland zijn verplicht om 15% dividendbelasting in te houden en over te dragen aan de fiscus. Dit bedrag is vervolgens te verrekenen met de verschuldigde inkomstenbelasting.

Voor ondernemingen in het buitenland kan het af te dragen percentage echter verschillen. Zo wordt op Amerikaanse aandelen 30% dividendbelasting ingehouden in plaats van 15%. Gelukkig heeft Nederland verdragen met landen als de Verenigde Staten gesloten. Dit betekent dat het overschot aan dividendbelasting mogelijk gedeeltelijk of volledig is terug te vorderen. Of volledige terugvordering mogelijk is hangt echter af van de afspraken die tussen beide landen zijn gemaakt.

Vermogensrendementsheffing 2021

De vermogensrendementsheffing is de belasting die particulieren over hun vermogen moeten betalen. Voor 2017 moest boven een bepaald bedrag altijd 30% belasting betaald worden over een fictief rendement van 4%. Praktisch gezien betekende dit dat men 1,2% belasting over het vermogen moest afdragen.

De vermogensrendementsheffing was echter onredelijk geworden omdat sinds de kredietcrisis een rendement van 4% of hoger niet meer vanzelfsprekend was. Spaarders werden met de lage rentes hoe dan ook langzaam armer. Sinds januari 2017 is de vermogensrendementsheffing veranderd, maar allesbehalve versimpeld. Bovendien zijn de nieuwe regelingen zo mogelijk nog onredelijker dan eerst.

Een aantal feitjes op een rij als het gaat om de vermogensrendementsheffing vanaf 2021:

  • Het fictieve rendement waarover belasting moet worden betaald is variabel en gebaseerd op spaarrentes van de afgelopen 5 jaar en beleggingsrendementen van de afgelopen 15 jaar.
  • De percentages voor het fictieve rendement worden ieder jaar opnieuw berekend.
  • De vermogensbelasting is 31% over het fictieve rendement.
  • Er zijn drie schijven van vermogensbelasting. Je totale vermogen bepaalt in welke schijven je zit.
  • Het heffingsvrij vermogen waarover geen belasting hoeft te worden afgedragen is opgeschroefd naar 50.000 euro voor alleenstaanden en 100.000 euro met fiscale partner.

Met de berekening van het fictieve rendement gaat de belastingdienst ervan uit dat mensen met meer vermogen ook meer rendement maken. Hoe hoger je vermogen, des te meer belasting je moet betalen. Kortweg zien de drie schijven waarover belasting betaald moet worden er als volgt uit:

Schijf Vermogen Fictief rendement Te betalen belasting
1 tot 50.000 euro 1,898% 0,59% (31% van 1,898%)
2 50.001 tot 950.000 euro 4,501% 1,40% (31% van 4,501%)
3 950.001 euro en hoger 5,69% 1,76% (31% van 5,69%)

Vergeleken met de 1,2% vermogensrendementsheffing van weleer lijken alleen mensen met kleine vermogens ervan te profiteren. Tot 50.000 euro moet een belasting van 0,59% betaald worden. Voor die groep mensen zou de conclusie getrokken kunnen worden dat de nieuwe regeling redelijker is geworden, maar dat kan mogelijk van korte duur zijn.

Zoals opgemerkt in de opgesomde feiten zijn de fictieve rendementen gebaseerd op rentes uit het verleden. De rentes zijn de afgelopen jaren historisch laag geweest. Zodra er dus een verhoging van de rente zal komen, wordt ook de vermogensrendementsheffing hoger. Uiteindelijk zal niemand behalve de belastingdienst profiteren van de nieuwe regeling.

Wat moet ik met deze info?

Voor wat betreft de dividendbelasting: zolang je fondsen in Nederland selecteert hoef je geen rare dingen te doen. Zodra er buitenlandse fondsen bij komen kan het een ander verhaal worden. Meestal kan een belastingadviseur je helpen om buitenlandse dividenden die te veel zijn ingehouden terug te laten vorderen.

Voor wat betreft de vermogensrendementsheffing: de vermogensrendementsheffing plus de inflatie (waardevermindering van geld) is het percentage aan rendement dat je minimaal moet maken om in koopkracht gelijk te blijven. Is je rendement lager, dan wordt je geld langzaamaan minder waard.

Mocht je een defensief ingestelde belegger zijn die tevreden is met een relatief laag rendement, dan zul je daar rekening mee moeten houden. Het kan dus helpen om uw vermogensrendementsheffing uit te rekenen en de jaarlijkse inflatie in de gaten te houden.

Stel bijvoorbeeld dat de inflatie 2% is en je vermogensrendementsheffing 1%. In dat geval moet je minimaal 3% rendement maken om quitte te spelen.